WE GOT TIME: NEW ALBUM APES IN THE ORANGE GROVE: August 2011
Interim review
Twee keer per jaar hebben wij een functioneringsgesprek om te kijken hoe het ervoor staat.
Een goede manier om terug te kijken op je eigen functioneren in de afgelopen maanden en te monitoren hoe je vooruitgang is, zowel voor jezelf als voor je collega’s.
In de eerste plaats maak je een zelfevaluatie: je kijkt naar de doelen die je aan het begin van het jaar hebt gesteld voor jezelf aan de hand van een financiële doelstelling (declarabele uren) en persoonlijke competenties. Deze bespreek je dan met je ‘performance manager’ (ik hou niet van dit woord): een collega die je voortgang bekijkt.
Gisteren heb ik dit gesprek gehad, erg tevreden met de ontwikkeling het afgelopen half jaar, zowel in de ‘reguliere’ projecten als de projecten die ik doe voor Yvo de Boer.
Guest blog: Karine Basso
My name is Karine Basso and I have just started to work as a Junior Consultant at KPMG Sustainability
I am originally Brazilian and have just finished a Masters in Development Management at the London School of Economics in England. As I have been working with Sustainability for a couple of years in the corporate sector already and the topic is one of my main passions, I started to look for job opportunities in organizations that are truly committed to sustainability and make a real impact through their work.
KPMG was my main target in The Netherlands, for its leading and innovative position worldwide in the sustainability practice helping companies the opportunity to implement sustainability into their core business, offering a very complete and robust approach that exceeds most of the practices we see in the market in the areas of Advisory and Assurance.
I had had contact with KPMG’s work through the reports they issue about Sustainability as well as from talking to some key professionals in the area and other companies, which only increased my will to become part of its team. And now that I am part of it I have even better things to say.
(This is part one of the introduction of new KPMG Sustainability colleagues).
Yvo de Boer: overheid moet kaders stellen
De aanpak van de uitstoot van broeikasgassen en andere bedreigingen voor het klimaat lijkt een kwestie van lange adem. Tijdens de laatste internationale klimaatconferentie in Kopenhagen, eind vorig jaar, lukte het niet om met alle deelnemende landen tot bindende afspraken over de beperking van de uitstoot van broeikasgassen te komen. Terwijl de internationale politiek nog overlegt, handelt het bedrijfsleven.
Duurzaamheid is een onderwerp dat steeds hoger op de agenda van CEO’s en CFO’s staat. Toch is het niet zo, aldus Yvo de Boer, voormalig hoofd van het VN-klimaatbureau UNFCCC en thans actief als wereldwijde adviseur op het gebied van klimaat en duurzaamheid voor KPMG, dat het bedrijfsleven de rol van de overheden kan overnemen wanneer deze er niet uitkomen.
Het bedrijfsleven moet de rol van de overheid niet overnemen. De overheid moet de kaders stellen. De overheid moet heldere doelstellingen formuleren die bedrijven zekerheid bieden over het klimaatbeleid op de middellange en lange termijn. Dat is belangrijk, omdat energie-intensieve industrieën moeten weten waar het naartoe gaat in de toekomst. Daarnaast beschikt de overheid over beleidsinstrumenten, zoals belastingen en regelgeving, die van invloed zijn op de marktwerking. Door aan de knoppen van de marktwerking te draaien kan de overheid sturen.”
Yvo de Boer is enkele maanden actief in zijn nieuwe baan bij KPMG, waar hij met zijn internationale contacten en kennis de internationale sustainability-praktijk ondersteunt en bedrijven, overheden en andere organisaties adviseert op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Gevraagd naar zijn ervaringen tot nu toe stelt hij: “Het verschil tussen mijn oude en nieuwe rol is dat ik in mijn vorige rol mensen tegenkwam die allereerst de neiging hadden om nee te zeggen; in deze rol kom ik mensen tegen die in een eerste reactie ja zeggen.”
Zijn overstap van het VN-klimaatbureau naar KPMG staat volgens hem los van het mislukken van de klimaatconferentie in Kopenhagen. “Ten eerste is het een baan die je niet al te lang moet doen. Ik heb dat werk vier jaar lang gedaan en er voor mijn gevoel alles uit gehaald wat eruit te halen viel. Ten tweede, of je Kopenhagen nu positief of negatief benadert: het resultaat is wel dat bijna alle landen plannen hebben om broeikasgassen terug te dringen. Het besef is er, we komen nu in de uitvoeringsfase. Het is nu aan het bedrijfsleven om met oplossingen en innovaties te komen. Je ziet dat industrieën hier nu mee bezig zijn.” Over zijn aanpak is hij helder: “Ik ben voor een sterke verzakelijking in het klimaatbeleid op het gebied van financiën en partnerships tussen overheden, bedrijfsleven en wetenschap.”
Het is volgens De Boer van groot belang dat de overheid met kaders komt. “We hebben te maken met een mondiale markt en internationale verdragen zijn nodig om ervoor te zorgen dat alle landen meedoen om het beste resultaat te krijgen. Een voorbeeld is de emissiehandel (waarbij de reductie van de uitstoot van broeikasgassen in Europese landen ook gehaald kan worden door te investeren in de reductie van deze gassen in andere landen, red.), met deze handel proberen we tegen zo laag mogelijke kosten zo veel mogelijk effect te bereiken.”
Ten aanzien van de emissiehandel bestaat er nogal wat kritiek en wantrouwen. Onlangs doken er berichten op dat Chinese fabrieken er misbruik van zouden maken. De Boer nuanceert de berichten: “China heeft de afgelopen jaren geen beleid gevoerd ten aanzien van de uitstoot van broeikasgassen. Fabrieken waren niet verplicht de schadelijke stoffen die bij het productieproces vrijkwamen te vernietigen. Via marktwerking gebeurt dit tegen betaling alsnog. Er is echter een interne regel in China dat alleen fabrieken die al drie jaar bestaan, gebruik mogen maken van deze vergoeding. Je moet niet vergeten dat er aan de vernietiging van deze stoffen kosten verbonden zijn. Nieuwe fabrieken kunnen hier geen aanspraak op maken. Je kunt China niet verplichten de interne regels aan te passen. Er zitten altijd mazen in wetgeving. In 2005 is in Kyoto het internationale klimaatprotocol opgesteld, we staan aan het begin. Je vindt altijd wel een gaatje, het is zaak om de mazen te vinden en te dichten.”
Gebrek aan helderheid
Het gebrek aan helderheid van de kant van de overheid is volgens De Boer een van de grootste frustraties van ondernemingen. “Door de recessie zijn veel investeringen in energie-intensieve industrieën uitgesteld. Deze bedrijven willen nu weer investeren. Het gaat hier echter om investeringen met een tijdshorizon van vijftig jaar. Men wil weten welke kant het op gaat, nu de economie weer aantrekt.” De Boer noemt het positief dat bedrijven niet afwachten tot er duidelijkheid komt, maar alvast anticiperen op de snel veranderende wereld. “Zij stellen de vraag: Hoe willen we ons in de markt positioneren? De discussie over het klimaat is niet solitair. Bedrijven hebben te maken met hogere energieprijzen, energieonzekerheid, grondstoffen die opraken en een consument die steeds meer de nadruk legt op duurzaamheid. Ze beseffen dat ze een andere marktpositie moeten veroveren en willen daarbij koploper zijn.”
Siemens is volgens De Boer een bedrijf dat tot de koplopers behoort. “Een tijdlang liep het wat minder bij Siemens, maar het stuk klimaat en duurzaamheid ging wel goed. Nutreco is een bedrijf dat de discussie aangaat over hoe er visvoer kan worden gebruikt zonder dierlijke oliën. Je ziet tal van andere bedrijven die discussiëren over en zoeken naar innovatieve invullingen om nieuwe marktsegmenten te veroveren.” Voor een groot deel wordt de discussie over duurzaamheid nu nog ingegeven door kostenbesparingen in plaats van het creëren van waarde. “De omslag van cost-driven naar value-driven is er nog niet helemaal. Bij bepaalde bedrijven wordt die al wel gemaakt, maar in veel gevallen wordt met een gezonde Hollandse blik naar de kosten en besparingen gekeken. Als iets dan ook duurzaam blijkt te zijn, is dat mooi meegenomen. Toch is kostenbeheersing al lang niet meer de enige factor voor een duurzaam beleid. Klimaat begint ingeburgerd te raken in de maatschappij. Langzaamaan gaat de voorkeur van de consument uit naar duurzame producten. Die voorkeur wordt gedreven door labelling en etikettering. Er zijn al supermarkten die de keuze hebben gemaakt om alleen nog duurzame producten aan te bieden.” Het eigenbelang van de consument maakt volgens De Boer gaandeweg plaats voor een breder eigenbelang, en dat resulteert in het opzoeken van kwaliteitskeurmerken.
De Boer verwacht niet dat de wereldwijde supply chain in de toekomst zal plaatsmaken voor een regionale of lokale supply chain. “De globalisering van de productie zal zich doorzetten, behalve misschien bij nicheproducten. We hebben te maken met een globaliserende wereld. Dat maakt het lastig om de duurzaamheid van de productie in de keten helder in beeld te krijgen. Bij een eenvoudig product kun je de CO2- uitstoot van enkele onderdelen meten, maar bij een mobiele telefoon of kopieerapparaat wordt het moeilijker om alle componenten te volgen. Er wordt door fabrikanten veel over beweerd, maar de vraag is of je er jezelf, de klant en je reputatie goed mee doet. Als blijkt dat je de klant om de tuin leidt, is je reputatie stuk en ben je een klant kwijt. Af en toe zie je etiketten die groter zijn dan het product. Er moet een goede certificering komen waardoor het voor de consument overzichtelijk blijft.”
Om ervoor te zorgen dat alle bedrijven serieus werk gaan maken van duurzaamheid is volgens De Boer een aantal factoren essentieel. “Allereerst moet milieuvervuiling een eerlijke prijs krijgen”, stelt hij. “Daarnaast moet de boekhouding van ondernemingen bestaan uit meer dan alleen een financiële kant. Er moet net zo veel aandacht zijn voor duurzaamheid. Of dat in een apart verslag is of in een hoofdstuk in het financiële jaarverslag maakt mij niet zoveel uit, maar er moet aandacht voor zijn.”
De Boer ziet hierbij een belangrijke rol voor de CFO weggelegd. “De CFO moet niet alleen naar de traditionele kant kijken, maar ook zien dat duurzaamheid een net zo hard criterium is als kosten en baten. Gelukkig zie je dat CFO’s dat beseffen. In de gesprekken die ik heb gevoerd, valt mij op dat de raad van bestuur, CEO of CFO zich steeds meer persoonlijk met dit soort zaken bezighoudt. Je ziet bij bedrijven een evolutie van een duurzaamheidsrapport over de interne milieuzorg naar een rapportage over duurzaamheid in de productieketens en ten slotte een integratie van duurzaamheid in de gehele bedrijfsvoering.”
De Boer vindt het leuk om te zien dat China en India verhoudingsgewijs erg druk zijn met het in beeld brengen van hun CO2-emissies. “Zij realiseren zich dat de wereld in ontwikkeling is. Voor een deel heeft dat te maken met de eisen van de supply chain, maar aan de andere kant ook met de fase waarin deze landen verkeren. Als je toch iets nieuws gaat bouwen, dan bouw je geen rotzooi. In Nederland heeft de overheid tien jaar geleden besloten dat de energie-intensieve industrie in 2010 tot de beste van de wereld moest behoren. Die ondernemingen werden beoordeeld via een benchmark tegen de besten van de wereld.”
Hoewel het bedrijfsleven vooruit kan lopen op beleid van de overheid, wijst De Boer erop dat bedrijven ook een verantwoordelijkheid tegenover hun aandeelhouders hebben en de gezondheid van de onderneming in het oog moeten houden. “Ze moeten wel een koploperspositie willen bekleden, maar kunnen de rol van de overheid niet op zich nemen. De CEO gaat ook niet over de doodstraf of de gezondheidszorg in een land, dat is de taak van de overheid. Milieu is voor bedrijven wel een integraal onderdeel van een product en de kosten die ervoor worden gemaakt.”
Wat doe ik hier eigenlijk?
Ben net terug uit China, een vriend opgezocht die in Shanghai woont.
Na nieuwjaar weer terug gekomen op kantoor. Toen werd ik weer geconfronteerd met de vraag ‘wat doe ik hier eigenlijk’?
Ik weet het wel. Een drukke periode is aangebroken. Verschillende grote ondernemingen publiceren binnenkort hun duurzaamheidsverslag om transparantie te bieden aan hun stakeholders over hun bedrijfsvoering.
Het is aan onze afdeling (dus ook aan mij) om te controleren of het geen onzin is wat bedrijven in hun verslag zetten en te verifiëren of de informatie die is opgenomen wel correct is (‘assurance’). Wij doen onderzoek naar het bewijsmateriaal en als alles uiteindelijk correct en in balans is, zetten wij er een KPMG stempel op.
Dit klinkt eenvoudig, maar de methodologie die hieraan ten grondslag ligt is vrij complex. Een bedrijf kan natuurlijk niet het risico lopen om onjuistheden te rapporteren en wij zorgen ervoor dat dat niet gebeurt.
Het is een drukke periode, maar mooi om veel bij andere bedrijven over de vloer te komen.
Wouter Bos over duurzaamheid
Oud-PvdA-leider Wouter Bos gaf vorige week een college aan de Amsterdamse Duisenberg School of Finance met de boodschap dat duurzaamheid in het bedrijfsleven de toekomst heeft.
Bos is voorstander van een mondiale aanpak van de opwarming van de aarde. Hiein is volgens hem voor het internationale bedrijfsleven een hoofdrol weggelegd. ‘De overheid kan het niet in haar eentje’. Maar wel in een bedrijfsleven dat continu gestuurd wordt door kritische consumenten, media, activisten, NGO’s en regeringen. Een systeem met consumentenactivisme dat volgens Bos ‘minstens zo effectief werkt als de politiek, vaak sneller’.
Volgens Bos heeft het bedrijfsleven het echt door, welke motivatie er ook achter schuil moge gaan. ‘Het hoeven niet per se ethische motieven te zijn. Of het hartstocht, de vrees voor de consument, de regelgeving of de commerciële belangen zijn, dat maakt niet uit.’ Daarnaast verkondigde hij dat ‘investeren in duurzaamheid de rendementen op investeringen positief kan beïnvloeden, of tenminste de financiële performance niet schaden’. Ook de financiële sector zal omgaan. ‘Ze kunnen niet anders. Na de financiële crisis is de manoeuvreerruimte van de banken en ‘private equity’ klein. ‘Ze privatiseerden de winsten en socialiseerden de verliezen’, aldus Bos.
Het artikel in FD vind je hier.
Mexico en China
Veel van mijn vrienden, bekenden en kennissen zitten op dit moment lekker warm in Cancún, Mexico. Daar vindt de VN klimaattop plaats.
Vorig jaar werd deze gehouden in Kopenhagen, het was een top waar de wereld naar uitkeek. Maar gezien het uitblijvende resultaat aldaar ben ik er nog steeds van aan het bijkomen.
Dat je er nog niets van de top in Cancún hebt gehoord is niet opmerkelijk. De verwachtingen zijn laag. Exemplarisch is dat zelfs de Nederlandse websites van de progressieve Greenpeace, Milieudefensie en Wereld Natuur Fonds geen aandacht besteden aan de VN klimaattop.
Ik ben er dit jaar niet bij. Mijn verwachtingen van deze top zijn vergelijkbaar met de huidige temperatuur op de buitenthermometer, en ik kan daar zelf weinig doen tegen klimaatverandering.
Mijn inzet is op dit moment veel nuttiger als ik duurzaamheid vanuit het bedrijfsleven stimuleer. Het ‘assuranceseizoen’ is weer aangebroken: grote Nederlandse ondernemingen willen hun duurzaamheidsverslag geverifieerd hebben. Dat mag ik dus doen. Verder staat er weer veel op de planning in andere projecten, onder andere met Yvo de Boer, die vorig jaar nog de klimaattop in Kopenhagen voorzat.
Dit neemt niet weg dat ik hoop dat er succes geboekt wordt in Cancún en dat ik nog steeds van mening ben dat deze onderhandelingen essentieel zijn. Aangezien een wettelijk bindend verdrag met jaarlijkse emissiereductiedoelen nog irreëel is, ben ik al blij als er weer meer vertrouwen ontstaat in de klimaatonderhandelingen in VN verband, er concrete afspraken gemaakt worden over de rol van bossen bij compensatie en ontwikkelde landen voldoen aan hun financiële toezeggingen.
Nog een paar falende toppen en de klimaatonderhandelingen beginnen Doha-achtige vormen aan te nemen en dat is voor niemand goed.
CDM reform under UNFCCC… weet je wat dat betekent?
De eerste dagen van deze week zijn lang. Soms meer dan 12 uur…
Naast de reguliere duurzaamheidsprojecten voor grote multinationals en overheden heb ik deze week de speech van Yvo de Boer voorbereid voor een evenement over energie en handel.
Het onderwerp was erg specifiek: hervorming van het Clean Development Mechanism, een van de flexibele mechanismen onder het Kyoto Protocol binnen UNFCCC. Zegt dit je niets? Mij eerst ook niet extreem veel… maar na een aantal kennissen gebeld te hebben ben ik toch in staat geweest vanmorgen héél vroeg een gedegen speech voor te bereiden. Nu heb ik veel geleerd. Was best blij met het resultaat.
In de tussentijd nog verschillende andere zaken afgehandeld (oa. een interview) en vanmiddag met Yvo naar de RAI in Amsterdam geweest. Hij was erg tevreden met de voorbereiding en ik ben weer rustig en blij!
Maar heb de uren van een volledige werkweek er de eerste 3 dagen van de week al wel op zitten… Zwaar werk maar wel veel voldoening. En vrijdag neem ik vrij.
Economisch aantrekkelijker en duurzamer
Vandaag was een van mijn beste werkdagen tot nu toe.
Het begon vanmorgen, erg vroeg, waarin ik een kleine klus voor een ministerie moest afmaken. Klaar.
Om 9.00 begon het Future Leaders Event, een evenement voor zo’n 400 ‘high potentials’ (wat dat ook maar mag betekenen) die zich hebben gebogen over de vraag hoe we Nederland duurzamer en concurrerender kunnen maken in 2025.
De eerste key note speech werd gegeven voor Yvo de Boer - erg spannend aangezien ik deze speech voor hem had voorbereid. Ik heb hem gisteren gebriefd over de bedoeling van het evenement en de inhoud van de speech.
Dit was de eerste keer dat ik dat deed voor hem, dus ik wist niet wat ik ervan moest verwachten.
Hij maakte er echt iets moois van en gebruikte mijn verhaal als leidraad voor zijn speech.
De rest van de ochtend heb ik Yvo ondersteund bij de discussies.
Na de inspirerende speech van Ruud Koornstra ben ik terug gegaan naar mijn bureau, om een andere bijeenkomst met onze directeur Bernd Hendriksen en weer Yvo de Boer voor te bereiden - weer tot nieuwe inzichten gekomen over hoe wij deze maatschappij duurzamer en economisch aantrekkelijker kunnen maken, met het oog op de verre en nabije toekomst.
Dat is de missie.
Na deze bijeenkomst kreeg ik te horen dat wij een grote opdracht hebben gewonnen waarvan ik de offerte heb meegeschreven.
Mooie dag - nu lekker muziek maken met mijn band Apes in the Orange Grove.
